Geschiedenis

De Geschiedenis

De Sd'A (voormalig: Sd'A Oostende) werd opgericht in 1990 door Dieter Andersag, Jan Coghe en Joost De Keyser. Twee jaar later werd Sd'A Gent opgericht. Tot op heden is dit ook nog een bloeiende studentenclub. Jammergenoeg kwam er een eind aan Sd'A Leuven en Sd'A Kortrijk. Bij de verhuis van de Vives en KU Leuven campus naar Brugge, hebben de toenmalige leden beslist om de club mee te verhuizen. Hierdoor startte vanaf het academiejaar 2017-2018 een nieuw hoofdstuk voor de Sd'A.

Geschiedenis van de sd'a

Men meent soms dat de Sd’A geschiedenis uitermate lang, ingewikkeld en vervelend is. Dat is echter niet zo! Ze is niet langer dan de geschiedenis van de moderne naties, die ingewikkeldheid ervan is meer schijn dan werkelijkheid, en verveling slaat slechts toe bij vervelende personen, waarvan we hierbij het recht ontnemen de verdere hoofdstukken te lezen. Het is waar dat Sd’A, aardrijkskundig gesproken, een enorm uitgestrekt en afwisselend gebied beslaat, dat waarschijnlijk weinig bekend is bij de lezers, en zelfs bij de leden. Het is ook waar dat deze club een groot aantal volkeren afvaardigt, waarvan de oorsprong en herkomst de meesten onzer vermoedelijk slechts een vage voorstelling hebben en waarvan de namen zelfs de meest doorwinterde Afrikakenner haast altijd exotisch in de oren klinken. Maar dit zijn op zijn hoogst uiterlijke moeilijkheden: een grondige blik op de landkaart, het hardop herhalen van enige namen en een korte beschouwing van de grote lijnen der Sd’A geschiedenis zullen die grotendeels uit de weg kunnen ruimen. De eerste twee wenken opvolgen, is de taak van de lezer. Het doel van deze beknopte inleiding is het derde punt. De eerste sporen van de Sd’A vinden we terug in de stad Asgalum. Recente opgravingen daar hebben uitgewezen dat een groep barbaren, die plaatselijke geschiedkundigen “Istea” noemden, (waarschijnlijk een verbastering van Sd’A), zich daar te goed deden aan spijs, drank en andere vleselijke lusten. Die liederen die ze zongen hadden het over Cimmerië, hun vaderland nabij de Poolcirkel dat ze verlaten hadden, belust op zwakke buit en avontuur. Ook in Zamora werd er melding gemaakt van deze gedisciplineerde, ordentelijke, bonte bende barbaren. Zij schenen toen al vastomlijnde ideeën en vooropgestelde bedoelingen na te streven. Visioenen van onbeperkt eten en drinken, schitterende juwelen, onderdanige slaven en de hete kussen van mooie vrouwen van hogere afkomst: dat waren die dingen die hen verder zuidwaarts dreven. In het zuiden, dachten ze, zou hun forse gestalte en grote kracht hen te midden van de in steden opgegroeide zwakkelingen zonder veel moeite roem en fortuin brengen. Het is dus niet zo dat alle beschavingen het product zijn van geografische en klimatologische factoren! Hoogstwaarschijnlijk trokken ze toen omstreeks 750 na Chr. opeens westwaarts en belandden ze zo in onze contreien. Hier vormden ze een betrouwbare buffer tegen de steeds driester wordende aanvallen van de Noormannen. Hun geschiedenis is nadien afwisselend geweest, doch heeft sinds 1550 onafgebroken een treffend kenmerk vertoond: een constante groei in getalsterkte en in grondgebied. En de Sd’A-ers meer dan alleen vruchtbaar, ze zijn ook een begaafd volk, welk bijdragen tot de wereldliteratuur op het gebied van letterkunde, muziek en de schone kunsten sedert lang hoog aangeslagen worden door allen die meer oppervlakkig van de kunstgeschiedenis kennis nemen. Tot zover een zeer beknopte geschiedenis van de Sd’A.